Onze blauwe getrouwe collega
Samen
met alle collega’s uit Haaglanden, onze Korpschef Henk van Essen, en in het
bijzonder de naaste collega’s van bureau De Heemstraat wil ik graag
terugblikken op de enerverende politieloopbaan van onze zeer gewaardeerde
collega Gerrit.
Gerrit
was geen man die van veel poespas hield.
Niet thuis, maar ook niet op zn werk. Doe maar gewoon, dan doe je al gek
genoeg. Ik hoor het Gerrit zeggen.
Gerrit kwam dan ook niet met grote verhalen thuis, om te vertellen wat
hij allemaal wel niet had meegemaakt. Nee, Gerrit was een mensen/mens. Als hij s’avonds thuis kwam, had Gerrit meer
persoonlijk aandacht voor zn gezin en kinderen, dan wat hij zelf allemaal op 1
dag had meegemaakt. Hij cijferde
zichzelf daarmee eerder weg, dan dat hij met zn werk op de voorgrond trad.
Maar,
laat vandaag voor iedereen 1 ding heel duidelijk zijn; Gerrit was op en top
politieman. Een diender pur sang! Gerrit
leefde op de eerste plaats voor zijn gezin, maar op een goede tweede plaats
toch zeker ook voor zijn werk, waar hij zichtbaar van genoot, maar zijn
praktijkervaringen zo heb ik van Marjan gehoord thuis zelden deelde.
Gerrit
was zowel privé als in zijn werk sterk sociaal bewogen. Hij wist als wijkagent
zijn netwerkpartners sterk aan zich te binden. Dat blijkt ook uit de
persoonlijke reacties van medewerkers van bijvoorbeeld de geestelijke
gezondheidszorg (Parnassia) die Gerrit hebben bewonderd voor zijn sociale
bewogenheid en persoonlijke band met
mensen in nood. Gerrit bood mensen die diep in de put zaten ook daadwerkelijk
een helpende hand.
Gerrit
kwam na de politieschool op 1 januari 1980 bij de Gemeentepolitie van
Leidschendam. Hier kreeg hij de smaak van de wijkzorg al te pakken en werd in
1989 benoemd als wijkagent van Noord-Leidschendam.
Na
de vorming van de regiopolitie in 1993/94 kwam hij als brigadier/mentor te
werken aan het voormalige Bureau Vander Vennestraat midden in de Schilderswijk.
Na het gereedkomen van de nieuwbouw werd dit oude nostalgische bureau een
opvangvoorziening van harddrugsgebruikers en verhuisde Gerrit met z’n collega’s
naar het nieuwe onderkomen; Bureau De Heemstraat.
Hier
begon voor Gerrit misschien wel het mooiste deel van zijn loopbaan. In dit multi-etnische verzorgingsgebied met
125 nationaliteiten en meer dan 200 etniciteiten op twee vierkante kilometer,
voelde Gerrit zich als een vis in het water thuis. ‘Never a dullday..’ ofwel altijd werk aan de winkel iets waar Gerrit
niet voor wegliep, maar met beide handen aangreep.
Gerrit
wist in betrekkelijk korte tijd zich deze probleemwijk eigen te maken. Zo kende
hij veel bewoners, had hij contact met horecaondernemers, balanceerde hij op de rand van de samenleving
en wist hij zijn weg te vinden tussen de heroïne-hoertjes, junks en dak- en
thuislozen in de wijk. Gerrit voelde zich ook echt betrokken bij deze mensen en
hun trieste lot en wilde ze het liefst allemaal persoonlijk uit de shit helpen
als het daar op aan kwam.
Zo
weten collega’s uit het verleden zich te herinneren dat, ondanks dat het
bureaubeleid ook in die tijd volstrekt helder was om junks naar binnen te
slepen en te verbaliseren bij overlast, Gerrit zich hier niet altijd aan hield.
Eigengereid zoals wij hem kennen, stond hij toe afspraken te maken met junks
over hun slaapplaats en keek hij oogluikend toe. Gerrit handhaafde op deze
wijze de rechtsorde met zijn menselijk hart en had oog voor de schrijnende
toestand waarin junks soms kunnen verkeren.
Wie
daarmee denkt dat Gerrit een ‘Softie’ was kwam bedrogen uit. Want in schril
contrast met zijn sociale bewogenheid, pakte hij zijn rol als mentor uiterst
serieus en strijdbaar op. Zo pakte hij, als voorloper van ons huidige
wijkondersteuningsteam (WOT), een
leidende rol in het Transvaalteam. Dit team was speciaal opgericht om een einde
te maken aan de structurele drugsoverlast, in de probleemwijk Transvaal in de
90-er jaren. Door zoveel mogelijk drugsdealers op te pakken en overlastpanden
te sluiten trok hij ten strijde tegen doorgewinterde criminelen. Hij werd voor
zijn buitengewone inzet met een gratificatie beloond, door zijn toenmalige
bureauchef Frank Paauw, met wie hij op goede voet stond. Zo werd Gerrit bij
problemen in de wijk ook door mij regelmatig in vertrouwen genomen om goed
zicht en beeld te krijgen over datgene wat er speelde op basis van zijn
uitstekende contactnetwerk.
Zo
had Gerrit zich in het verleden ook vastgebeten in een zaak, waar sprake was
van ernstige geluidsoverlast in de Megabar. Bewoners werden letterlijk en
figuurlijk ziek van de overlast die zij ondervonden. Ook al bleef volgens de wettelijke
geluidsnormen het geluidsniveau binnen de beperken, Gerrit wist wel beter en
liet het er niet bij zitten. Deze ellende voor bewoners zou en moest gestopt
worden. Hij zette, de Wet er graag even voor opzij en deed wat hij vond dat hij
moest doen. En ik zal niet zeggen dat
het de stekkers waren..!
Gerrit
ging altijd kalm en rustig te werk, dat straalde hij ook uit naar zijn
omgeving. Uit een uitstekende beoordeling opgemaakt door zijn toenmalig
ploegchef Ron Waaijer valt op te maken dat Gerrit zich niet voor een karretje
liet spannen. Ook niet als het ging om degene met wie hij het beste voor had.
Zijn handelingsperspectief was glashelder: Wat is het probleem, wat is ballast
en wat ga jij eraan doen? Hij waakte
ervoor de problemen van een ander op te lossen.
De
jaren gingen tellen en Gerrit kwam mede vanwege lichamelijke klachten door het
sterk onregelmatige werk waaronder nachtdiensten, begin jaren 2000 als
wijkagent binnen de wijkzorg terecht. Onder leiding van Chef Wijkzorg Stephen
van den Bosch kreeg Gerrit een eigen stuk probleemwijk toebedeeld, te weten
Schilderswijk-West met de DeDelftselaan. Hier tiert vandaag de dag de misdaad
nog steeds welig. Door tand des tijds is dit gebied steeds meer complex
geworden. Naast de nodige opsporingssuccessen is de veiligheid in deze wijk nog
steeds een wankel evenwicht. Gerrit wist hier het natuurlijke gezag van de
politie een menselijke kant te geven.
Maar, daarmee was Gerrit geen grijze sokkendrager. Want Gerrit, was
vooral Gerrit en voor de duvel niet bang. Zo ging Gerrit er graag alleen op uit
en vertrouwde hij het liefst op zichzelf.
Ruim
voor het bestaan van het Wijkondersteuningsteam (WOT), trok Gerrit ten strijde
tegen de illegale vuurwerkhandel. Hier ging Gerrit werkelijk tot het gaatje om
alle illegaliteit in die sfeer uit te bannen.
En de buurt wist dit. De vragende reactie van een Haagse Harry die op deze wijze door Gerrit in zijn kladden werd
gegrepen spreekt boekdelen: Waar gaan we heen…? De Heemstraat? Shit, nu
ben ik echt de l..!
Vlogen
met de beruchte Oude & Nieuwjaren, waarbij de wijk in brand stond de
zelfgemaakte bommen en granaten om je oren,
Gerrit sloeg alle goedbedoelde
adviezen om vooral samen de straat op te gaan in de wind en ging er het liefst
alleen op uit. Niet dat hij een hekel had aan zijn collega’s, helemaal
niet. Maar, waarom zou je? Je hebt er
alleen maar last van!
De
collega’s die Gerrit goed kennen, weten dat hij zo meer eigenaardigheden
had. Gerrit was soms een echte
eigenheimer, had zo zijn eigen overtuigingen, was soms moeilijk van zijn
standpunt te brengen, een echte Fries. Maar, we zouden Gerrit ernstig tekort
doen als we niet zouden onderkennen dat hij in zijn kritiek en opvattingen ook
echt punten te pakken had, die ertoe deden. Door zijn enorme betrokkenheid en
aandacht voor de goede zaak, had hij over alles nagedacht en zijn mening
gevormd. Ook al was dat voor sommigen soms tegen het zere been. Gerrit stond
voor zijn mening, en als je daarnaar
vroeg kreeg je die ook. Bevalt hij je niet, had er dan ook niet naar gevraagd.
Zo simpel zat het leven voor Gerrit in elkaar, maar altijd vanuit de goede
intentie en oprechtheid waar hij als diender voor stond met zijn persoonlijke
bijdrage onze samenleving veiliger en vooral leefbaarder te maken.
Zo
kon Gerrit het ook altijd moeilijk verkroppen als andere partijen in de
veiligheidsketen hun verantwoordelijkheid en rol niet oppakken. Gevleugelde
uitspraken van Gerrit zijn:
‘Dit kan toch niet! …Er
moet toch een mogelijkheid zijn om …’
Gerrit
kon zich dan ook enorm druk maken over zaken, waarbij het stoom soms uit zijn
oren liep. Stapels zelf gemaakte memo’s en rapportages zijn de afgelopen jaren
richting Bestuursdienst van de Gemeente gegaan. De gave van Gerrit was ook dat
hij van een mug een enorm olifantstuk kon maken. Waar een ander zou opgeven,
ging Gerrit onvermoeibaar verder. Zei je
er wat van, moest je Gerrit goed tegenhouden, anders zou hij ontploffen.
Vanuit
zijn enorme betrokkenheid en
persoonlijke aandacht voor de goede zaak, was Gerrit ook een taaie om om te
buigen naar de wijkagent nieuwe stijl. Voor zijn Chef Stephen was het dan ook
een bijzonder experiment om hem daarin te laten slagen. Het delen van informatie, iets wat toch wel
heel cruciaal is voor elke wijkagent, daar dacht hij het zijne over. Want,
waarom zou je informatie delen? Er gebeurde toch niets mee!
Maar,
het blauwe bloed kroop bij Gerrit waar het niet gaan kon. Zelfs in de laatste
fasen van zijn leven. Zo waren wij vlak
voor zijn verjaardag met alle KMT leden op bezoek bij Gerrit en kwamen de
verhalen los, over het verleden, maar ook het hier & nu. Wat schetst onze
verbazing. Ondanks zijn toestand was hij boodschappen doen in het Centrum van
Leiden, ziet hij een hem bekende crimineel die hij herkent uit zijn eigen wijk
en nog een uitzittende straf te goed had. Hij aarzelt geen moment en neemt
direct contact op met z’n collega’s van het inmiddels befaamde Mammoet team om
deze kerel zo snel mogelijk op te laten pakken.
Slapen
deed Gerrit ’s nachts … en ook al heeft
Gerrit nu ook zijn ogen gesloten, wij weten dat hij waakzaam is.
Gerrit, vaarwel mijn …onze
blauwe vriend!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten